You are here

Kostenplaatsen configureren

De Kostenplaatsen moeten geconfigureerd worden aan het einde van het Rekeningschema. Er kunnen tot drie verschillende types van kostenplaatsen beheerd worden, en elke kostenplaats kan diverse subgroepen hebben.

  • Punt “.” (voor de KP1 kolom in de Transacties-tabel)
  • Komma "," (voor de KP2 kolom in de Transacties-tabel)
  • Puntkomma ";" (voor de KP3 kolom in de Transacties-tabel)

In het voorbeeld is een kostenplaats gecreëerd voor het beheer van een jaarlijkse conferentie

  • Een kostenplaats rekening creëren voor elk onderdeel van de jaarlijkse conferentte
  • De rekening, die ingevoerd wordt, wordt voorafgegaan door een punt.

 

Transacties invoeren met betrekking tot kostenplaatsen

De code van de kostenplaats (zonder de voorafgaande punctuatie) moet ingevoerd worden in de resp. kolom "KP1", "KP2", "KP3" van de Transacties-tabel (zie De kostenplaatsen weergave)

In het onderstaand voorbeeld, wordt de kostenplaats KP1 gebruikt (de code van de kostenplaats wordt ingevoerd zonder de punt)

Indien men -KP1 invoert, wordt het bedrag in negatief (of credit) ingevoerd.

    Kostenplaatsen worden op dezelfde manier behandeld als de andere rekeningen; dus ook elke kostenplaats heeft een eigen rekeningkaart met de boekhoudtransacties en het saldo.

    Negatieve registratie

    • Voor het Uitgebreid kasboek en het Kasboek, volgt de kostenplaats-transactie gewoonlijk het bedrag van de transactie. Een negatieve transactie wordt ingevoerd in geval van uitgaven.
    • In het Dubbel boekhouden (en indien gewenst ook voor het Uitgebreid kasboek en het Kasboek) wordt de kostenplaats-code voorafgegaan door een minteken (-KP1, -KP2, -KP3) wanneer er een negatieve transactie ingevoerd wordt (credit).

    BTW en kostenplaatsen

    Het bedrag dat gebruikt wordt voor transacties in kostenplaatsen kan op de volgende manieren gedefinieerd worden:

    1. Transactie bedrag
    2. Bedrag inclusief BTW
    3. Bedrag exclusief BTW

    Om te bepalen welk soort bedrag gebruikt wordt, ga naar de Bestands- en boekhoudingseigenschappen (menu Bestand) en op het tabblad BTW de gewenste optie aangeven.

      De gekozen voorkeur wordt toegepast op de gehele boekhoudperiode. Indien deze optie veranderd wordt, vraagt het programma om het commando "Boekhouding opnieuw controleren" uit te voeren.

       

      Andere resources met betrekking tot kostenplaatsen: